maandag 10 juni 2013

Enge geluiden in de keuken

De meesten van jullie zijn natuurlijk op de hoogte van mijn huidige burgerlijke stand : tijdelijke weduwe.  Manlief heeft nu eenmaal de job van zijn leven en tourt het Europese continent rond.

Zelf heb ik gelukkig ook een leuke job, waar ik mijn spraakvaardigheid vaak moet laten gelden, soms streng (maar rechtvaardig) soms commercieel, soms dramatisch.  Geeft niks, de tegenpartij zit aan de andere kant van de lijn en kan niet bijten, althans niet letterlijk.
En met de hobby's erbij (plantjes en bloemen, freubelen ... ) en mijn diertjes, Twix en Plush, maken dat ik me dan ook nooit verveel.  Eigenlijk kom ik tijd te kort ! Maar er lopen maar weinig mensen op deze wereldbol rond die overschot hebben, denk ik zo.
Een tweede aspect dat tot dit verhaal zijn bijdrage leverde, is het feit dat ik een hamstertje ben, op velerlei gebied.  
Ik vind het leuk dat mijn scrapkamer goed gevuld is, maar in de keukenkasten mag ook niks ontbreken.  Komt er nog bij dat ik altijd afgelegen woonde, waardoor een voorraad aanleggen een handig en tijdbesparend gegeven was.
Al deze ingrediënten maakten een pittig soepje, mag je wel stellen.

Heel alleen sta ik in een stille keuken, geen radio, geen tv.  Alleen het ritselen van de broodzak en het papier van het beleg.  Het lijkt wel alsof de keuken ineens zo groot is en leeg.  Af en toe komt er nog wel een pan op het vuur, maar, heel eerlijk, niet zoveel als wanneer manlief thuis is. 
Ik kwijt me rustig van mijn taak en bedenk ineens dat ik ook wel verse sla uit de tuin wil.  
Ik ga richting keukenkast-uit-grootmoeders-tijd en wil mijn mandje nemen, dat netjes bovenop die kast staat. Spijtig dat manlief er niet is, die is veel groter en kan er makkelijk bij.  Toch maar koppig proberen om het eraf te krijgen, zonder een trapje te moeten nemen.  Alsof er geen andere containertjes in mijn goed gevulde kasten staan ... Nee, het autistische trekje in mij wil dàt mandje.  Terwijl ik sta te rekken en te strekken, hoor ik een raar geluid.  Het leken wel voetstapjes van hele kleine mensjes.  Ik denk niet onmiddellijk aan een muis, vermits ik een kat heb, die de hele dag én nacht slaapt.  Garfield in levende lijve. Nee, geen muis, dat kan niet.  Maar wat dan ? Vleermuizen kan ook niet, want we hebben overal muggenramen.  Voor hagedisjes is het hier veel te koud - voor mij trouwens ook - dus eveneens uitgesloten.  Ik luister aandachtig en ben na een minuut of zo ervan overtuigd dat het pootjes zijn ! Zeer levendige pootjes.
Nu ben ik op zich echt geen angsthaas en bovendien veel te nieuwsgierig, dus maak ik mezelf zo groot ik kan, terwijl ik mijn adem inhoud, zo ben je zeker nog een millimeter groter. En ik raak de mand aan.  Maar die is zwaar en vertikt het om een centimeter toe te geven.  Ze blijft koppig hoog en droog staan.
Zie je wel, er zit iets in. Ik probeer nog eens, maar niks, ze wil niet meewerken aan de wetten van de zwaartekracht. Nog altijd te lui om een trapje te nemen, pluk ik een ander, altijd handig hulpmiddel uit een makkelijker te bereiken mandje : een houten lepel.  Dan ben je ineens meters groter.  Maar mijn houten lepel moet de aftocht blazen, de mand met de pootjes heeft  wortel geschoten en die wortels hebben zich ingenesteld - met andere woorden : de mand blijft waar ze is.
Het dringt langzaam tot me door : met een trapje kan je er echt wel beter bij .  Mmmmm, nu ik bijna oog in oog met de mand sta, voel ik me ineens toch veel kleiner.  Zeker ook omdat ik nu het geluid van de pootjes nog beter hoor.  Ik til voorzichtig de mand op, voorzichtig omdat ik bang ben dat, als er een dier inzit, dat dier zo gaat schrikken dat het mij de stuipen op het lijf jaagt.  Maar ... de mand is wel zwaar, maar er gebeurt niks. De pootjes maken nog altijd hetzelfde geluid.  Heel langzaam gluur ik over de rand van het mandje en zie honderden pootjes ... uit een zakje vergeten voorraad aardappelen ! 

Met opzet zet ik nu geen foto neer, want mensen kijken eerst naar foto's en lezen dan pas het verhaal.  Zonde van mijn verhaaltje als je het einde al kent.

donderdag 14 februari 2013

Grote woorden uit kleine mensen


Ongeveer een half jaar geleden namen we afscheid van een collega.  Een jong meisje dat vriendelijk verzocht werd het bedrijf te verlaten.  Opzegtermijn 3 maanden.
Tijdens die drie maanden werd van haar nog verwacht dat ze 100 % presteerde.
Dit zijn de harde feiten, de realiteit ligt er ver vandaan.
Dagelijks geconfronteerd worden met je collega’s, jonge collega’s die niet onmiddellijk de feeling hebben om zo iemand op te vangen, mensen in het algemeen die niet weten hoe ...
Voor hen draait de wereld verder, ze moeten verder, ze moeten presteren.  En zij zat daar, zwart gemaakt door een overste die haar niet zo zag zitten, terwijl ze toch iedere dag haar werk deed.  Misschien maakte ze fouten, maar dat kon toegewezen worden aan een onduidelijke opleiding, een opleiding die alleen voor de elite bestemd was, de elite die door de overste verkozen werd.
En zo is de cirkel rond.  Behoor je tot dat kliekje, dan ben je gezegend, behoor je tot die buitenring, dan ben je de pineut.
En waarom sprak ze niet, waarom verdedigde ze zich niet ?
Om de simpele reden dat ze seksueel geïntimideerd werd, overdonderd werd door een zware, diepe mannenstem die heel taalvaardig zijn grote gestalte in de schaal wist te leggen.
Niet alleen het brave meisje was onder de indruk en zweeg, zo tuinden ook zijn oversten in dit verhaal.
Aangemoedigd door een altruïstische collega heeft ze dan toch een poging gewaagd om de man aan te klagen wegens seksuele intimiteiten.  Spijtig dat ze het lef pas had nadat ze haar ontslag kreeg.  Geen mens had nog oren naar haar verhaal.
En het verhaal gaat door, maar niemand reageert.
De overste blijft aanmodderen, ik bespaar de details.
Tot opnieuw een jonge deerne ten tonele verschijnt.  Een jonge dame die niet zo onmiddellijk verlegen zit om woorden.
Hij voelt onmiddellijk dat hij zijn gezag moet laten gelden.  In zijn onmacht grijpt hij weer naar dat ultieme.  Intimideren en indien nodig op seksueel gebied.
De klacht valt, na amper een week.
Personeelsdienst weet niet hoe het aan te pakken, is te jong, heeft geen ervaring met dit soort zaken.
We bespreken het morgen.
Klacht wordt in de doofpot gestopt.
Overste blijft, na een berisping.
Te duur om op staande voet te ontslaan.

Aandeelhouders keken naar de cijfers, het menselijke achter het verhaal verzonk in een vervelende mist.

woensdag 9 januari 2013

Mijn lieve schoonmoeder

Tijd om weer iets van me af te schrijven.

Mijn schoonmoeder was jaren een buurvrouw van me - in mijn vorige leven dan.

Tot ik in 2010 een relatie begon met haar zoon en ze zo mijn schoonmoeder werd.

Ze was geen gewone dame, eerder apart en vrij expressief ...  We schaamden ons soms wel voor haar niets verhullende uitspraken, rake opmerkingen en schunnige woordenschat.
Maar dat alles was maar een façade die ze optrok om haar oh zo tere hartje te beschermen.  Haar zoon, mijn man, heeft dit hartje van haar geërfd.
Maar ... ze had een groot hart voor haar kinderen en kleinkinderen en uitte dit op haar manier.  Niet met knuffels, niet met lieve woorden maar door daden.  Elke week ging ze supporteren voor haar jongste kleinzoon, een veel belovend motorcrosser.  Suikertjes en melkjes van de cafékoffie bewaarde ze voor mijn man - voor in de camion ! Haar achterkleinzoon was haar oogappel ...

Door een ruzie, een aantal misverstanden en een berg communicatiefouten werd het contact tussen mijn man en de rest van de familie 15 jaar lang verbroken.
Tot ik in 2010 tevoorschijn kwam.  In die zomer kwam er een schoorvoetend weerzien tussen mama en zoon, daarna tussen broer en zus.
Een poosje later onderging ze een zware hartoperatie en eigenlijk is toen alles beginnen mis lopen.  Ze scheen geen zin meer te hebben in het leven en begon langzaam maar zeker te vermageren.
Tot ze vandaag, vanmorgen om 9:40u de strijd opgaf, na een laatste uurtje met ons samen te zijn.
Haar lichaam was op, maar toch zagen we op de monitor dat haar hart sneller sloeg toen haar man haar aanraakte en zoende, toen mijn man zei dat ze mocht rusten, toen haar dochter haar haar kamde ...
Ook al was ze niet meer bij bewustzijn, haar hart reageerde nog.  Dat is voor mij het mooiste bewijs dat haar  ziel - en dus hebben we een ziel - nog steeds met haar lichaam verbonden was.

Lieve Simonne, waar je ook bent, waarschijnlijk bij al je geliefde dieren, hou een leuk plaatsje voor ons vrij.
Simonne Frans - 19/01/1943 - 09/01/2013 - net geen 70 !


zondag 25 november 2012

Geraarke


Mijn geest hopt.  En die hopper kreeg een naam van mij : Geraarke ! Van zodra ik iets hoor, ruik, proef of zie, begint hij als een razende dingen te associëren.  Op een mum van tijd zit ik ergens en dan denk ik : “Hé, hoe kom ik hier nu bij ?”
Ik vermoed dat ik niet de enige ben die zo een raar wezentje in zijn hoofd heeft rondlopen.

Laatst nog, zat ik in de auto, op weg naar m’n werk.  Ik hoor de nieuwberichten, maar besteed er niet teveel aandacht aan.  Een mens wordt er alleen maar depressief van, crisis hier, crisis daar, crisis overal. 
Op de één of andere bizarre manier is er toch een bericht blijven plakken – iets over kinderbijslag in België en dat wij weer véél uitbetalen en dat het niets of weinig helpt om kinderen uit de armoedegrens te houden. 
Geen tijd om geconcentreerd te luisteren, ik moet immers parkeren in de ondergrondse garage en dat is niet altijd even simpel.  Ze maken die parkings zo klein dat je er niet meer tussenkan als iemand zich even over de lijn parkeert.

Goed, een hele dag hectisch werk verricht en welverdiend terug naar huis.

Voor mij rijdt een zwarte, glimmende Mercedes.  Zo te zien een nieuwer model met alle toeters en bellen. 
Er is toch iets mis met de mechaniek van die peperdure wagen, want hij rijdt niet verder.  
Ook de richtingaanwijzers werken niet, dat zit goed fout dus.
Er gebeurt niks ... seconden wordt een minuut en een minuut duurt lang als je gespannen bent en naar huis wil, waar een lekker kopje verse koffie op je wacht ...
De auto blijft nog steeds staan.
Ik kan hem niet voorbij – straat te smal en een gestage stroom van tegenliggers lijkt ergens uit een pas ontsprongen nest te komen.
Trom, trom, trom, mijn vingers op het stuur volgen het ritme van het melodietje It’s a long way to Tipperary
Ik heb volgens de bestuurder duidelijk geen zaken met wat hij gaat doen en hij blijft staan. 
Mijn zenuwen staan gespannen, mijn geduld raakt op, de adrenaline giert door mijn hele lijf.
Halloho, heet jij Remy ?
In een plotse opwelling druk ik even op m’n toeter.
Ooooooooooh, dàt had ik niet mogen doen. 
Boos draait de man zich om en ik vang een glimp op van zijn woedende gezicht. 
Maar er komt wel beweging in het glimmende monster en zodra hij kan, draait hij langzaam linksaf, een privéterrein op en blijft daar staan, nog half op de weg. 
Hij kijkt me dreigend aan alsof hij elk moment naar me toe kan komen.
In een razendsnel tempo neemt Geraarke het van hier over. 
De boodschap van vanmorgen werd geassocieerd met de nationaliteit van de man en Geraarke hopt naar een hele meute kinderen die met z’n allen een groot gat in onze schatkist graven. 
Gewapend met een knuppel verkoopt hij de man een paar flinke dreunen op zijn hoofd. 
Bewusteloos zakt de man neer, tong uit de mond, sterretjes boven het hoofd.  Als klap op de vuurpijl moet zijn voorruit het ook ontgelden.

Hé, de weg is vrij, ik kan doorrijden ! Naar huis, waar m’n koffie staat.

Alle frustraties van een chaotische dag ebben weg.

Uit de radio klinkt een ander melodietje : I love the sound of breaking glass ...

Ik kan Geraarke wel zoenen, zo’n ridder die mijn slechte gedachten kan omzetten in positieve energie.

donderdag 22 november 2012

Verloren voorwerpen in de stad


We gaan niet zo vaak naar de stad. Om verschillende redenen.

Parkeren kost een berg geld. Daar kan ik wel wat moois van kopen in de scrapbookwinkel, denk ik dan.

En dan al diezelfde winkelketens, waarvan er 100 in een dozijn zitten. Schreeuwerige muziek, veel te korte truitjes en shirtjes, gescheurde jeans waar je 100 euro voor moet betalen. Reclame, mensen tuinen er nog altijd in. Nee, dank je.

Maar als we dan toch gaan, hou ik het bij mijn favo winkeltjes. Al die andere winkels loop ik straal voorbij.

Zo heb ik dan ook de tijd om m’n ogen de kost te geven aan wat anders : de mensen om me heen. Kostelijk, hoe sommigen in de stad rondlopen. Koortsig op zoek naar dat ene jurkje dat mevrouw Huppeldepup vorige week op de receptie droeg. Een andere graaiend in een bak met koopjes om toch maar iets goedkoops te vinden dat nadien toch weer niet gebruikt wordt.

En ik kijk ook naar de mensen die gewoon rondom me lopen.

Zo loopt een heel kokette dame voor me. Kapsel netjes geföhnd, mooie, dure jas en elegante schoenen. Mijn blik blijft hangen. Hoe doet ze het ? Op zulke hoge schoenen door de stad paraderen ?
En dan gebeurt er iets dat haar hele imago als een kaartenhuisje in elkaar doet klappen.
Ze stapt opeens wat minder elegant, de pasjes worden kleiner en op een bepaald moment dreigt ze zelfs haar evenwicht te verliezen.
Geschrokken kijk ik nog steeds naar haar schoenen.
Ondertussen heeft zich een wolk van witte kant meester gemaakt van beide enkels.
In een splitsecond gaat het onevenwichtige huppelen weer over naar elegante pasjes. De ene voet even wat hoger, dan de andere ook. De wolk kant blijft achter, alsof het nooit bij haar hoorde.
Met opgeheven hoofd stapt ze een dure lingeriewinkel binnen.
Ik heb zo een flauw vermoeden dat het slipje dat ze daar kocht, heel wat minder sexy is dan het wolkje kant dat nu bij de verloren voorwerpen ligt.

Badgenoten

Eigenlijk gebeurde dit vorige week ergens, maar om bepaalde redenen wilde ik het niet neerpennen. Dat zal straks misschien duidelijker worden.

Sommige koppels vinden samen de vaat doen een sociale aangelegenheid waar dan over de voorbije dag bijgepraat wordt. Vermits wij Marie hebben, onze semi-automatische vaatwasser, want ze zet niks terug in de kast, zochten wij een andere gelegenheid. Leuk, samen badje nemen, met kaarsjes en soms zelfs een beetje muziek. Dit gebeurt niet elke dag, want soms zit ik nog te prullen en gaat partnertje alleen en volg ik nadien.

Die avond had ik buikkrampen, zo van die krampen waarvan je denkt : nu heb ik een blaasontsteking, of , als ik nu naar het toilet ga, komen mijn darmen mee ! Heftig dus. Manlief ging deze keer ook eerst in bad. Ik was te lui om het badwater te verschonen, liet gewoon de warme waterkraan haar werk doen en ging zonder veel fantonten in bad.
Een zalig, lang windje ontsnapte ... ik zat even in een heuse jacuzzi.
Twee seconden later, de bellen waren verdwenen, zie ik iets drijven in het badwater.
Een rilling, het angstzweet breekt me uit ...
Heb ik ??????
Nee, dat kan niet, manlief draagt bijna altijd zwarte sokken en het zullen de pluisjes wel zijn.
Zo’n grote pluisjes ????
Ik neem behoedzaam mijn washandje en schep onder het hoopje ... ja, wat ????
Heel langzaam haal ik het boven, verdomd blij dat ik alleen in bad zit.
Boven water kijk ik aandachtig naar het nu bewegingloze hoopje ........... dode spin. Zo’n joekel die je altijd in je bad vindt, met van die harige poten en een groot zwart lijf.
Opgelucht riep ik op mijn ventje. Of hij even die spin kon weghalen, want een lijk in mijn badwater vond ik maar niks.

Scrapvirus


Tijdens het weekend doen we altijd de was, want dan is de elektriciteit goedkoper. Dus leggen we dan ook schone lakens. Lekker flanel, want het is al behoorlijk koud. Een lekker warm bad, daar ontspan je van en dan hup, bedje in. Neeeeee, geen pyjama. En dit oh zo broze privé detail moet ik echt even in de verf zetten. Alle andere details bespaar ik jullie.

Manlief staat 's morgens als eerste op en ik blijf nog wat genieten van de warme, zachte lakens (en wacht stiekem tot de koffie klaar is ) Maar niet alleen mijn blaas gebiedt me op te staan, er kriebelt nog iets anders. En nee, voor de perverse geesten onder jullie, mijn navel kriebelde. Ik pruts en voel iets hard ... rond ... klein (anders zou het niet in mijn navel passen) Ik tast slaperig naar het nachtlampje en pier tegen het felle licht. Een knoopje, een klein zwart knoopje ...
Waar komt dat vandaan ????? Ben ik tijdens de nacht in een ander universum gaan knutselen (want in mijn eigen atelier zou het te koud geweest zijn in mijn blootje) Ik weet het niet. Ik weet niet waar het vandaan komt. Er lagen immers schone lakens, we kwamen uit bad, geen pyjama en aan onze kamerjassen zitten geen knopen.
Manlief houdt nu vol dat ik aan een overdosis scrappen lijdt en dat mijn lichaam 's nachts alle scrapbacillen uitspuugt. Ja, zal wel.    

Dit even om te waarschuwen dat er dus een lelijk virus de ronde doet onder de scrappers. Medicatie ervoor bestaat niet en zal ook nooit komen. Dus ik zit goed op dit forum, alhoewel afkicken hier niet aan de orde is, integendeel.