Mijn geest hopt. En die hopper
kreeg een naam van mij : Geraarke ! Van zodra ik iets hoor, ruik, proef of zie,
begint hij als een razende dingen te associëren. Op een mum van tijd zit ik ergens en dan denk
ik : “Hé, hoe kom ik hier nu bij ?”
Ik vermoed dat ik niet de enige ben die zo een raar wezentje in zijn
hoofd heeft rondlopen.
Laatst nog, zat ik in de auto, op weg naar m’n werk. Ik hoor de nieuwberichten, maar besteed er
niet teveel aandacht aan. Een mens wordt
er alleen maar depressief van, crisis hier, crisis daar, crisis overal.
Op de één of andere bizarre manier is er toch een bericht blijven
plakken – iets over kinderbijslag in België en dat wij weer véél uitbetalen en
dat het niets of weinig helpt om kinderen uit de armoedegrens te houden.
Geen tijd om geconcentreerd te luisteren, ik moet immers parkeren in de
ondergrondse garage en dat is niet altijd even simpel. Ze maken die parkings zo klein dat je er niet
meer tussenkan als iemand zich even over de lijn parkeert.
Goed, een hele dag hectisch werk verricht en welverdiend terug naar
huis.
Voor mij rijdt een zwarte, glimmende Mercedes. Zo te zien een nieuwer model met alle toeters
en bellen.
Er is toch iets mis met de mechaniek van die peperdure wagen, want hij
rijdt niet verder.
Ook de richtingaanwijzers werken niet, dat zit goed fout dus.
Er gebeurt niks ... seconden wordt een minuut en een minuut duurt lang
als je gespannen bent en naar huis wil, waar een lekker kopje verse koffie op
je wacht ...
De auto blijft nog steeds staan.
Ik kan hem niet voorbij – straat te smal en een gestage stroom van
tegenliggers lijkt ergens uit een pas ontsprongen nest te komen.
Trom, trom, trom, mijn vingers op het stuur volgen het ritme van het
melodietje It’s a long way to Tipperary
Ik heb volgens de bestuurder duidelijk geen zaken met wat hij gaat doen
en hij blijft staan.
Mijn zenuwen staan gespannen, mijn geduld raakt op, de adrenaline giert
door mijn hele lijf.
Halloho, heet jij Remy ?
In een plotse opwelling druk ik even op m’n toeter.
Ooooooooooh, dàt had ik niet mogen doen.
Boos draait de man zich om en ik vang een glimp op van zijn woedende gezicht.
Maar er komt wel beweging in het glimmende monster en zodra hij kan,
draait hij langzaam linksaf, een privéterrein op en blijft daar staan, nog half
op de weg.
Hij kijkt me dreigend aan alsof hij elk moment naar me toe kan komen.
In een razendsnel tempo neemt Geraarke het van hier over.
De boodschap van vanmorgen werd geassocieerd met de nationaliteit van de
man en Geraarke hopt naar een hele meute kinderen die met z’n allen een groot
gat in onze schatkist graven.
Gewapend met een knuppel verkoopt hij de man een paar flinke dreunen op
zijn hoofd.
Bewusteloos zakt de man neer, tong uit de mond, sterretjes boven het
hoofd. Als klap op de vuurpijl moet zijn
voorruit het ook ontgelden.
Hé, de weg is vrij, ik kan doorrijden ! Naar huis, waar m’n koffie
staat.
Alle frustraties van een chaotische dag ebben weg.
Uit de radio klinkt een ander melodietje : I love the sound of breaking
glass ...
Ik kan Geraarke wel zoenen, zo’n ridder die mijn slechte gedachten kan omzetten in positieve energie.